Radiotherapie bij prostaatkanker

Geconfronteerd worden met prostaatkanker brengt veel vragen en onzekerheden met zich mee. Via deze weg proberen we een zo goed mogelijk beeld te geven over de mogelijke bijwerkingen van uw bestraling. We bespreken eveneens een aantal tips om deze bijwerkingen te voorkomen of draaglijker te maken. Radiotherapie werkt lokaal, dit wil zeggen dat de behandeling alleen effect heeft op de plaats waar u bestraald wordt. De bijwerkingen zijn doorgaans van tijdelijke aard. Aangezien de stralingsdosis ook na het einde van uw behandeling een tijdje verder blijft werken, is het mogelijk dat de bijwerkingen pas na een aantal weken tot maanden volledig verdwijnen. De bijwerkingen verschillen van persoon tot persoon. Sommige patiënten hebben veel last, terwijl andere weinig of geen problemen ondervinden. 

Voorbereidend onderzoek

 Voor we van start kunnen gaan met de bestraling is er een voorbereidende CT-scan nodig. De beelden van de CT-scan worden nadien gebruikt om de stralingsdosis te berekenen. Wanneer u bestraald gaat worden voor prostaatkanker is het belangrijk dat u goed voorbereid bent voor dit onderzoek. U moet steeds een volle blaas en een lege endeldarm hebben.

Voorbereiding CT-scan:

Ongeveer 1 uur vóór de aanvang van de CT-scan gebruikt u Microlax®. Wanneer u aandrang voelt, gaat u naar toilet om stoelgang te maken zodat uw endeldarm leeg is. U zorgt er ook voor dat uw blaas geledigd wordt. Daarna begint u onmiddellijk te drinken. Een halve liter water zou voldoende moeten zijn. Probeer zeker niet meer te plassen tot na de CT-scan zodat uw blaas goed gevuld is voor het onderzoek.

 De prostaat is gelegen tussen de blaas en de endeldarm. De blaas en de endeldarm krijgen dus onvermijdelijk ook een deel van de stralen. Door de blaas te vullen en de endeldarm te ledigen, tracht men de stralingsdosis op het gedeelte van de blaas en de darm zoveel mogelijk te beperken.

Bestralingsbehandeling

 Tijdens uw behandeling wordt er dagelijks een scan genomen. Om een precieze bestralingsdosis toe te dienen worden deze beelden vergeleken met de beelden van de CT-scan. Nadien wordt de behandelingstafel naar de exacte beginpositie verplaatst. Op dat moment zal de bestraling starten.

 Aangezien de vulling van de blaas en de endeldarm sterk afhankelijk is van uw voedingsgewoonten kan het zijn dat deze dagelijks variëren. Hierdoor kan de positie van de prostaat ook dagelijks veranderen.

 Het is van groot belang voor een optimale dosisverdeling dat de blaas en de endeldarm dagelijks op dezelfde manier respectievelijk gevuld of geledigd zijn zoals bij de CT-opnames. Daarvoor kan u de volgende voorbereidingen treffen:

 1 uur vóór de behandeling gaat u naar toilet. U ledigt uw blaas en u probeert in de mate van het mogelijke om stoelgang te maken. Daarna drinkt u een halve liter water. Dit is voldoende wanneer u ervoor zorgt dat u dagelijks steeds 1.5 tot 2 liter vocht hebt gedronken.

 Gedurende de eerste dagen van de behandeling zal de verpleegkundige eventueel instructies geven om u hierbij te helpen.

Bijwerkingen

 Het is mogelijk dat er tijdens uw bestralingsbehandeling een aantal bijwerkingen optreden. Iedereen reageert anders en bijwerkingen kunnen dus verschillen van persoon tot persoon. De voornaamste bijwerkingen die kunnen voorkomen zijn:

  • vermoeidheid
  • irritatie van de blaas
  • irritatie van de darmen

 

 Vermoeidheid

 Vermoeidheid is een vaak voorkomende bijwerking die afhangt van verschillende factoren. Meestal neemt de vermoeidheid toe naarmate de behandeling vordert.

 Vaak is vermoeidheid het gevolg van een samenloop van omstandigheden die enorm veel energie vragen van uw lichaam:

  • De combinatie van verschillende behandelingen.
  • Het fysische herstel van uw lichaam.
  • De emotionele en psychologische stress die gepaard gaat met het verwerken van uw ziekte.
  • Veranderingen in uw dagelijkse routine, het dagelijks naar uw bestralingsbehandeling komen.

 Probeer een goed evenwicht te vinden tussen rust en actieve momenten. Veel rusten kan soms een omgekeerd effect hebben waardoor u zich nog vermoeider gaat voelen. Zorg voor een goede nachtrust. Probeer de dagelijkse dingen die u zelf nog kan te doen en aarzel niet om hulp te vragen als het wat moeilijker gaat. Luister naar uw lichaam en las rustpauzes in wanneer u voelt dat het nodig is. Probeer te ontspannen en zorg voor een gezonde voeding.

 Soms kan het zijn dat u het op emotioneel en relationeel vlak heel moeilijk heeft tijdens uw behandeling. Een gesprek met de psychologe kan u en/of uw familie op dit moment enorm veel steun en rust bieden. Indien u dit wenst kunnen wij voor u steeds een afspraak regelen.

 

Irritatie van de blaas

 Zoals we eerder in deze brochure al vermeld hebben, is het zeer belangrijk dat uw blaas dagelijks goed gevuld is voor uw behandeling. Dit is nodig om zo nauwkeurig mogelijk te kunnen bestralen en zo weinig mogelijk stralingsdosis aan de blaas te geven.

 Een deel van de blaas kan tijdens uw behandeling echter in het bestralingsgebied liggen. Het is dus mogelijk dat de blaaswand geïrriteerd wordt. Hierdoor kan het zijn dat u vaker kleine hoeveelheden moet plassen. De drang om te plassen kan hoger worden zonder dat u echt naar toilet moet. Tijdens het plassen kan u last hebben van een branderig gevoel. Soms treedt er pijn op in de onderbuik. Het kan ook gebeuren dat er een beetje bloed bij de urine zit.

U hoeft zich geen zorgen te maken maar u brengt best de radiotherapeut hiervan op de hoogte.

 Drink voldoende gedurende de hele dag (1.5 tot 2 liter per dag). Op deze manier wordt de urine verdund en heeft u minder kans op een blaasontsteking.

 

Irritatie van de darmen

Darmen zijn gevoelig voor straling waardoor irritatie kan optreden. Darmkrampen en diarree kunnen ontstaan. Soms kunnen er slijmen bij de stoelgang zitten.

Hier zijn alvast een aantal adviezen in verband met de voeding die eventuele klachten kunnen verminderen of stabiliseren:

  • Sommige voedingsmiddelen verhogen de darmactiviteit of zorgen voor gasvorming. Tijdens uw bestralingsbehandeling kan u best bepaalde voedingsmiddelen mijden:
  • vetrijke voeding
  • koolzuurhoudende dranken
  • sterk gekruide of pikante voeding
  • alcohol
  • gasvormende voeding zoals kolen, spruiten, ui, prei…
  • Het is belangrijk dat u gedurende de hele dag voldoende drinkt. Drink minstens 1,5 tot 2 liter water per dag.
  • Fijne vezelrijke voeding wordt aangeraden. De vezels werken als een soort spons die het vocht in de darmen gaan opnemen. Hierdoor gaat de dunne ontlasting ingedikt worden. Voorbeelden hiervan zijn: bruin brood, aardappelen, havermout… . Vermijd echter de grove vezelrijke voeding. Deze gaan de darmen extra prikkelen. Voorbeelden hiervan zijn: donker roggebrood, citrusvruchten, rauwkost, muesli…

 Heeft u nog vragen in verband met uw voeding, vraag dan gerust advies aan de verpleegkundige. Er is een brochure beschikbaar.

Opgelet!: Bij het wassen is het heel belangrijk dat u rekening houdt met de aanduidingen op uw huid. Deze zijn van belang om u goed te positioneren tijdens de bestralingssessies en MOGEN zeker NIET VERWIJDERD WORDEN.

© 2020. Mark De Ridder. Alle rechten voorbehouden. 

Dr Sandra Sermeus

Rassel 186, 1780 Wemmel                                          Tel. +32 473 51 08 80                                                      E-mail: sermeus.sandra@skynet.be 

Prof De Ridder

UZ Brussel, Laarbeeklaan 101, 1090 Jette                                   Tel. 02/477.61.47; E-mail: mark.deridder@uzbrussel.be

Kruipwilgendreef 9, 8670 Oostduinkerke.                                    Tel. 0478/12.79.06; E-mail: DH_Radiotherapie@me.com